
Over fokkerij valt zeer veel te schrijven. Vele mensen hebben vele meningen. Ik ga u onze mening over de fokkerij met u delen. Wij hebben sinds 1992 Weimaraners, onze fokkerij startte in 2001.
Eerst moet u weten dat wij absoluut niet de illusie hebben dat wij DE ideale hond fokken en wij hobby fokkers zijn met grote liefde voor het ras de Weimarse Staande hond.
Wat wij wel voor ogen hebben is dat wij in onze fokkerij een smeltkroes van prestaties aan jachtkwaliteiten en schoonheid pretenderen. Hierbij houden wij de rasstandaard voor ogen. Exterieur kampioenen zijn niet onze eerste prioriteit. Wel het karakter en de (jacht)eigenschappen. Uiteraard proberen wij beiden wel te combineren.
Onze honden zijn allen gefokt uit 100% Duitse lijnen, het land van herkomst.
Laat u niet in de “luren” leggen door fokkers binnen het Weimaraner bestand die durven te vertellen dat de Weimaraners afkomstig uit Duitsland scherpe honden zijn. Deze mensen verkopen ons inziens gebakken lucht, en doen dit uit eigen gelag en om reclame te maken voor hun eigen honden. Mensen die niet weten waarover zij spreken en het wezen van de Weimarse Staande Hond niet begrijpen.
Hen is er niets aangelegen de ras eigenschappen te koesteren en in stand te houden. Zolang de hond prijzen haalt op de tentoonstelling en de puppies verkocht worden is de hond goed. Zij verwarren de omschrijving scherp met vals en geven op deze manier blijk van hun grote gebrek aan inzicht en onwetendheid.
De term scherp in de honden wereld omvat een groot aantal erfelijke eigenschappen zonder welke de hond zich niet staande kan houden in het leven.
Zelfbewustzijn en zelfvertrouwen, initiatief vol,(jacht) passie, doorzettingsvermogen, geen of weinig angst kennen, zich aan kunnen passen en tegenslagen kunnen verwerken, maar ook daar waar het nodig is zijn roedel (baas) bij te staan in hachelijke situaties, maken onder andere deel uit van dit complexe geheel.
Bij het ontbreken van deze eigenschappen is de hond nauwelijks nog levensvatbaar en juist dan zien we de zogenoemde angst bijters verschijnen.
Dat in Duitsland door het strenge fokbeleid het behoud van deze eigenschappen gewaarborgd worden verdient zeker onze waardering.
Wij fokken sinds 2001 bij gelegenheid , als het uitkomt en als wij daar zin in hebben. Het was ons in de loop der jaren opgevallen dat veel fokkers van deze tijd die een zogenaamde lijnenteelt voeren terug gaan in “vaders” lijn. Als je de (Duitse) boeken er op na slaat, en de werkwijze van de “grote” fokkers van vroeger, die zowel presteerden op de jachteigenschappen als het exterieur, bekijkt zij juist terug gingen in “moeders” lijn. Deze fokkers hielden veelal de moeders zijde van beide ouderdieren aan, waar dan hetzelfde “bloed” in zat.
Daarna werd er weer met de nakomelingen verder gefokt en een reu gebruikt waar aan “vaders” zijde “vers” bloed zat en “moeders” zijde in tact bleef. Of aan vaders zijde “nieuw” bloed wat later weer “terug” gehaald werd. Hoe het ook zij, de moederslijn was altijd terug te vinden.
Een citaat van de heer Michael Gschwindt (gestorven op 80 jarige leeftijd op 16 augustus 1954 en “meester” in de Duitse korthaar fokkerij):
“Je kunt alleen iets bereiken in de fokkerij als je vasthoudt aan je goede moederlijn en daar continu op voortbouwt. Dit bereik je het makkelijkst door de goede reuen uit die lijn terug te halen, en niet om vandaag en morgen achter die ene prijswinnende hond van buitenlands bloed aan te jagen. Ik ben ooit gevallen voor een van mijn beste teven met K.S. “Kraft vom Syratal” en ben genezen.”
Deze uitspraak is kort maar zegt heel veel over de fokkerij..
Dr. Friedrich Byhain schreef op deze uitspraak: Fokkers zoals hij staan altijd sceptisch tegenover het introduceren van bloed van buitenaf. Voor hen is de bewezen moederlijn de belangrijkste factor bij elke fokselectie. Hoe systematischer en consistenter de ontwikkeling van zo’n lijn, hoe getrouwer de resulterende goede reu zal zijn. Ondanks zijn grote vaardigheid zijn er vaak “geluksvogels” als dekhengst naar voren gekomen. Geschwindt verdiende zijn brood niet met fokken, maar leefde uitsluitend voor zijn fokkerij.
Deze fokkers zijn verantwoordelijk voor het ras zoals het nu nog bestaat en dat hebben ze wat mij betreft goed gedaan. Ook viel mij op dat een broer/zus paring in die tijd zo nu en dan voor kwam. Oftewel zware inteelt, wat tegenwoordig uit den boze is. Navraag leerde dat men dat destijds bewust deden. Dat deden ze om te kijken hoe ze er met hun fokkerij voor stonden. Waar er eventuele fouten naar voren kwamen en/of men deze “fouten” kon verbeteren. Ook werd er uiteraard naar de positieve kant van die fok gekeken. Mijn mening is ook dat als je een lijnenteelt op deze manier voert dat absoluut niet erg is, mits je goed selecteert maar dat zal u duidelijk zijn!
Mochten de “fouten” onoverkomelijk zijn dan stopte men met deze vorm van fokken en ging men of out-crossen of stopten zij geheel met de betreffende “lijn”.
Deze fokkers gingen altijd uit van de moederhond die van een uitmuntende kwaliteit was, in natuurlijke aanleg ,karakter, bouw, en beharing. Compromissen waren niet aan de orde. wij doen dus niets nieuws. Sterker nog wij trachten te fokken op de “oude” beproefde wijze.
Als de basis niet goed was dan werd er niet gefokt met de hond. Het standpunt; Ik heb een mindere (slechte)teef en ik probeer dat dan met een topreu te verbeteren, is in de fokkerij je zelf voor de gek houden en is tot mislukking gedoemd.
Derrie Arque een befaamde fokker die al meer dan veertig jaar Settters en Pointers in Engeland fokt noemt de fokkers die steeds alle topreuen na lopen en niet van een goede moedershond uitgaan een gevaar voor het ras . Deze fokkers zeggen vaak als het resultaat niet goed is dat dat de schuld van de reu is. Niets is minder waar. Het is het resultaat van een slechte moederhond.
Op de manier voornoemd, het teruggaan in “moeder” lijn maar wel “vers” bloed aan vaders zijde erbij te halen, hebben wijn onze basis inmiddels gelegd in een bescheiden vorm van fokkerij. Zover als Geschwindt was ben ik echter nog niet. Het is een visie en de fokkerij is voor ons een liefhebberij wat wij met zorg trachten te bewerkstelligen.
