
Een pup, en nu?
Voordat de pup in huis komt wordt zijn of haar komst natuurlijk zorgvuldig voorbereid.
Dit hoofdstuk gaat over de eerste dagen en nachten, zindelijk maken, hoeveel voeren, bezoek aan de dierenarts, welk speelgoed, leren apporteren, kortom: alles wat u als nieuwe eigenaar graag wilt weten en rekening mee moet houden.
Voorbereiding op de komst van de pup
U heeft een bench nodig, voor een reu met de hoogte tussen de 65 en 70 centimeter en voor een teef 55/60 centimeter hoog. Deze kan in eerste instantie het best in de woonkamer gezet worden, het liefst tegen een muur maar wel zodanig dat de pup de boel kan overzien.
Maak de ruimte in het begin voor de pup kleiner door er een scheidingspaneel in te zetten. Te groot nodigt uit om toch af en toe de behoefte te doen.
Alle kleine prulletjes zijn van de vloer en de bedrading is netjes weggewerkt. Zorg ook dat kinderspeelgoed niet door de pup gepakt kan worden. Als u een gladde vloer hebt is het raadzaam om een kleed neer te leggen.
Wilt u liever geen kleed zorg dan dat de pup niet alle kanten uit glijdt omdat deze bijvoorbeeld te enthousiast achter een speeltje aanrent. Dit is niet goed voor de aanhechtingen van de spieren kan er zelfs voor zorgen dat de hond later “koe-hakkkig” gaat lopen.
Spelletjes kunnen dan beter buitenshuis gespeeld worden.
U krijgt van ons voor enkele dagen voer mee zodat u ruim in de gelegenheid bent hetzelfde voer aan te schaffen, of bij ander voer de gelegenheid heeft om de pup langzaam om te schakelen.
En dan is het zover: de pup mag met u mee!
De chipper van de Raad van Beheer is geweest en heeft een identificatiechip ingebracht bij de pups. Dan is eindelijk de dag aangebroken dat u de pup mag komen halen.
Op het moment dat de pup met u meegaat is deze 3 keer ontwormd en heeft de pup zijn eerste puppy enting gehad. Het ontwormen moet u altijd regelmatig blijven doen!
Ontwormschema:
2 weken – 4 weken – 6 weken -: deze ontwormingen worden door ons gedaan.
Vervolgens bij 12 weken en daarna elke 4 – 5 maanden.
Als de pups zes weken oud zijn krijgen de pups hun eerste enting. Deze eerste enting is tegen hondenziekte en parvo. Het inenting boekje wordt bij de pup geleverd.
De tweede inenting is wederom tegen parvo maar nu met verzwakt vaccin, hondenziekte, leverziekte, ziekte van Weil en soms ook de kennelhoest / para-influenza en kennelhoest.
De derde inenting is een herhaling van de tweede wenting.
Entschema:
6 weken: deze wordt door onze dierenarts gedaan dan op 9 weken en vervolgens 13 weken.
Als de pup na een paar dagen een beetje gewend is wordt het tijd voor het eerste bezoek aan uw dierenarts. Dat wordt u door ons verplicht te doen.
Voor u is dat handig om de dierenarts te leren kennen als u dat nog niet deed en voor de pup is het prettig om kennis te maken zonder die vervelende injectie te krijgen.
Uw dierenarts kijkt de hond even goed na om te zien of alles inderdaad in orde is. Over het algemeen is het eerste consult bij een dierenarts gratis.
Wij willen graag van u horen wat de dierenarts van de pup vond. Mocht er iets aan het licht komen wat onopgemerkt is gebleven dan wordt er gehandeld volgens het koopcontract.
Nadat de pups zijn ingeënt gaan we door met ons socialisatie programma. Let op een hond vormt zijn leven feitelijk al in de eerste 16 weken van zijn/haar leven!!!!
Dus veel (geluiden) laten beleven in korte periodes en met andere dieren en mensen in aanraking brengen. Ga eens een tijd langs de weg staan voor auto en motorfiets geluiden of een treinstation, maar ook de markt op.
Zorg dan dat je tijd hebt. Iedereen die je tegen komt vind je pup leuk.
Vlooienbestrijding / teken bestrijding schema:
Afhankelijk van de temperatuur: In de maanden april t/m september om de twee maanden een pipet of een spray of pil. Lees in ieder geval de bijsluiter goed van welk middels je ook gebruikt.
Voeding
De pups worden bij het verlaten van hun moeder vier keer per dag gevoerd. Ga niet zelf toevoegingen bij het voer doen, daar haal je het zelf uit balans.
Voedingsschema:
Leeftijd 8 weken tot 3 / 4 maanden:
8.00 uur – 12.00 uur – 16.00 uur – 20.00 uur
Na 20.00 uur beperkt water meer geven. Voor het slapen gaan een paar brokjes in de bench strooien. Maak de bench leuk voor de hond. De bench mag geen straf zijn.
Leeftijd 3 / 4 maanden tot 8 / 9 maanden: 8.00 uur – 13.00 uur – 18.00 uur
Leeftijd vanaf 8 / 9 maanden: 8.00 uur – 17.00 uur
Uiteraard kunt u variëren met de tijden als er maar minimaal vier uur tussen elke maaltijd zit en als de laatste maaltijd maar niet na 22.00 uur gegeven wordt.
Na de laatste voeding is het wel belangrijk dat de pup in staat wordt gesteld om wat water te drinken.
Naast het voer krijgen ze ook af en toe een kauwstaafje of een kluifje uiteraard, verwennen mag af en toe.
Hoeveel voer met 8 weken:
Een indicatie van de hoeveelheid staat op de verpakking van het voer dat u PER DAG aan de hond geeft. Maar voor de duidelijkheid dat is een indicatie. Wij voeren met onze ogen. De ene hond heeft een snellere stofwisseling als de ander.
Wordt de hond erg mager, geef je deze wat meer…en visa versa.
Kijk regelmatig op de verpakking of de hoeveelheid nog een beetje klopt en kijk vooral hoe je hond er uit ziet. Voer op zicht: Je moet de ribben vlot kunnen voelen en in de flanken moet het iets invallen.
Een pup moet tot een jaar niet te dik gevoerd worden!
Wij laten het water altijd staan en zorgen dat er voldoende aanwezig is. Mocht je dit niet doen dan heb je kans dat als de schaal water voorgezet wordt de hond deze ineens helemaal leeg drinkt omdat de gelegenheid er ineens is
Bij een pup is het wel zo dat wij deze laat in de avond (na 22.00 uur) beperkt geven tot de volgende ochtend.
HOEFJES/Nagels zijn wat ons betreft uit den boze daar hebben we een vervelende ervaring mee i.v.m. darmperforatie!
Om de pup te trainen kunt u het beste kleine zachte kluifjes of hele kleine stukjes kaas gebruiken. Geef de hond echt maar kleine stukjes, deze merkt het verschil echt niet!
Werk volgens het KISS model. Keep It Short en Simpel
De eerste dagen / nachten
Het is niet niks: Je haalt een hond uit zijn bekende veilige omgeving en je verplicht je zelf op dat moment om de roedel over te nemen.
Voordat de pup met u mee gaat heeft deze meestal kort daarvoor niet of weinig gegeten. Dit om braken in de auto te voorkomen.
Honden kunnen tot een half jaar wagenziek worden omdat het evenwichtsorgaan nog niet geheel ontwikkeld is. Als u de pup komt halen kunt u het beste een paar handdoeken mee nemen.
De pup kan in de auto op schoot of in een boodschappen kratje wat u op schoot houdt vervoerd worden.
Geef de pup de gelegenheid naar buiten te kunnen kijken dan worden ze vaak niet misselijk.
Eenmaal thuis gekomen laat u deze rustig de omgeving verkennen. Als de pup moe wordt en wil gaan slapen legt u deze voorzichtig in de bench, kriebel hem nog even en doe het deurtje dicht.
Als de pup wakker wordt laat u deze uit de bench en tilt u de pup op op naar buiten. De pup gaat gegarandeerd zijn behoefte doen. Beloon de pup hiervoor!!
De pup moet de eerste twee weken ongeveer elke twee uur even naar buiten, daarna kunt u de tijd tussen het uitlaten langzaam opvoeren.
Neem de hond de eerste paar nachten even in de bench en ga er of naast liggen of neem deze mee naar uw slaapkamer. Dit heeft niets te maken met vermenselijken of verwennen maar alles met vertrouwen geven.
Hij is helemaal nieuw in een vreemde omgeving zonder zijn broertjes en zusjes en zijn moeder. Als de pup ’s nachts piept doet u even uw hand door de tralies of u maakt even een kuch geluidje.
De pup weet dat u er bent en voelt zich veilig. Na een paar nachten kunt u de bench met de pup beneden laten staan op de plek waar deze normaal gesproken ook staat of gaat u gewoon zelf weer fijn naar uw bed.
Meestal zijn die paar nachten genoeg om de pup te laten wennen. De eerste nachten gaan wij er voor de pup twee keer uit om deze zijn behoefte te laten doen.
Kort daarna hoeft de pup er ’s nachts meestal niet uitgelaten te worden tenzij deze dit zelf aan geeft door bijvoorbeeld te piepen. Je hoort meestal het verschil wel of de hond zijn behoefte moet doen of dat deze gewoon de bench uit wil.
Als u ’s avonds na 22.00 uur geen eten en geen drinken meer geeft en u laat de pup om ongeveer 23.30 uur uit dan kan de pup na een paar dagen doorslapen tot ongeveer 6.00 uur.
Probeer de hond dan ook uit te laten voor deze zich zelf meldt. Zet dus de eerste paar dagen even de wekker hoe zwaar dit in het begin ook is.
Doe vooral rustig en zet de pup daarna weer in de bench en geef deze een kleinigheid waar deze even zoet mee is. Gedurende de komende dagen voert u de tijd langzaam op naar een wat aantrekkelijker tijdstip om op te staan.
Zindelijk maken (of zindelijk houden)
Wij proberen de pups enigszins zindelijk af te leveren. Dat lukt niet altijd maar meestal slagen we er aardig in. Onze ervaring is dat een teefje vaak iets eerder zindelijk is als een reu.
Als u alert bent dan kan het niet anders of uw pup is in no time zindelijk. Ben je al even met de pup aan het spelen, onderbreek dit en pak deze dan op en laat de pup een plas doen.
Gaat de pup rondjes draaien of snuffelen dan moet deze plassen en/of poepen! Vaak ben je dan net te laat, wordt dan niet boos, pak hem op en loop nog even naar buiten.
Het liefst altijd door dezelfde deur. Je zal zien dat de pup zich bij die deur gaat melden al deze “moet”. Ook dan ben je wel eens te laat, maar de pup heeft het wel aangegeven en dat is al heel wat in het proces naar de zindelijkheid.!!!!
Een pup zal, wanneer hij opgetild wordt (te doen gebruikelijk en uitzonderingen nagelaten), de sluitspier stevig dichthouden. U hoeft niet bang te zijn dat er een spoor van ontlasting of urine naar de buitendeur ontstaat.
U vertelt de pup enthousiast hoe braaf deze wel niet is en beloont eventueel met een klein trainer snoepje. Bedenk van tevoren of uw hond in de tuin mag plassen en poepen. Als hij dat straks niet mag dan moet u het weer afleren… en ook dat lukt!
Leer de hond eerst dat buiten de plek is om de behoefte te doen. Zorg dat u zelf helemaal klaar bent om te vertrekken en til dan pas de hond uit de bench.
Een ongelukje gebeurt wel eens…
Straf uw hond nooit en haal de pup zeker niet door de ontlasting heen…..ruim het rustig op. Het straffen hiervoor snapt de pup echt niet. Belonen bij het goed doen leert veel sneller als straf.
Het is nog een pup en hij heeft nog niet helemaal door dat dit niet de bedoeling is. Ook wanneer u later een plasje ontdekt mag u de pup niet straffen.
De hond weet absoluut niet waar het over gaat en associeert uw boosheid met datgene wat hij op dat moment aan het doen was.
Doet hij de behoefte precies op uw mooie dure kleed? Eigen schuld dan had u het kleed maar even op moeten bergen of verruilen voor een goedkoper exemplaar.
Nogmaals: Op momenten dat u kunt verwachten dat de hond zijn behoefte wil doen (na het slapen, na het eten, na een spelletje) brengt u hem naar de plek waar hij zijn behoefte mag doen.
Beloon hem zodra hij dit daadwerkelijk doet. Probeer binnen plassen/poepen te voorkómen, in plaats van het te laten gebeuren en het dan te bestraffen.
Gebeurt het toch dat uw pup binnen plast of poept en u ziet het gebeuren, onderbreek dan het gedrag door bijv. in uw handen te klappen.
U mag de pup best even laten schrikken (alleen op heterdaad!), maar straffen mag zoals gezegd naar onze mening niet aan de orde zijn bij het zindelijk maken van een pup.
De tijd die een puppie nodig heeft om zindelijk te worden verschilt van hond tot hond (net als bij kinderen).Bij sommige puppies is het zo voor elkaar; bij andere duurt het maanden totdat deze 100% zindelijk is.
Hond alleen thuis
Het is heel normaal en natuurlijk dat honden niet graag alleen zijn. Een hond is een sociaal dier dat van oorsprong in groepen (roedels) leeft.
Wel kan door middel van training worden bereikt dat de hond het alleen zijn accepteert als een “normaal” onderdeel van zijn leven.
Uitingen van “verlatingsangst” zijn onder meer vernielen, onzindelijk zijn en janken en blaffen wanneer de hond alleen thuis is. Maar dit kan ook een vorm van dominantie zijn.
De pup wil dan perse de roedel bij elkaar roepen….Weet u niet zeker hoe u hond zich gedraagt wanneer hij alleen thuis is, dan kunt u een keer een video-opname maken terwijl u weg bent.
Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden krijgt u zo een indruk van het gedrag van uw hond.
U kunt dit ook doen wanneer uw hond zich “misdraagt” wanneer hij alleen is, maar u niet zeker weet of dit al dan niet met verlatingsangst te maken heeft. Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden kunt u dan wellicht vaststellen of de hond al dan niet een nerveuze indruk maakt.
Ga in eerste instantie niet te lang weg. Bouw dit langzaam op.
Mocht je “goed” zijn met de buren ga daar dan een kopje koffie doen en kijk aan of je de hond hoort. Als de hond jankt reageer dan niet meteen. Het kan zomaar zijn dat de hond na een paar minuten zich op rolt en gaat slapen.
Tips in het kader van het leren alleen zijn:
• Geef uw hond speelgoed dat speciaal bedoeld is om de hond zich in zijn eentje te laten vermaken. Bijvoorbeeld een KONG of een Activity Ball.
Deze speeltjes kunt u vullen met lekkers, zodat uw hond zich niet hoeft te vervelen. Door zich te concentreren op het bemachtigen van het lekkers heeft hij ook minder “de tijd” om zich druk te maken over het feit dat hij alleen is!
• Wanneer uw hond al zenuwachtig wordt als hij denkt dat u straks weggaat (bijvoorbeeld wanneer u uw sleutels pakt, uw jas aan doet e.d.) doe dan regelmatig alsof u weggaat zonder het echt te doen.
Trek uw jas aan en even later weer uit. Pak regelmatig uw sleutels op, loop naar de voordeur en kom weer terug. Door dit regelmatig te doen leert u uw hond om minder gevoelig op dit soort signalen te reageren.
Besteed geen aandacht aan het gedrag van uw hond tijdens dit soort oefeningen.
• Maak van uw vertrek én van uw thuiskomst geen “drama”. Hoe meer u zelf uitstraalt dat het volkomen normaal is om weg te gaan en weer terug te komen, hoe sneller uw hond dit ook zal accepteren!
Het slechtste dat u kunt doen is uw hond troostend toespreken als u weggaat. U bevestigt daarmee immers dat het heel erg is voor hem!
• Straf uw hond nooit wanneer u bij thuiskomst vernielingen of de gevolgen van onzindelijkheid aantreft. De hond kan uw straf niet in verband brengen met wat hij heeft aangericht, maar zal de straf koppelen aan het feit dat u thuiskomt en hij u wil begroeten!
De symptomen van verlatingsangst/stress verergeren zelfs vaak wanneer de hond naderhand gestraft wordt. Immers, alleen thuis blijven wordt voor de hond steeds stress-voller (gezien de verwachte straf bij thuiskomst van de baas).
• Veel eigenaren denken dat hun hond wel degelijk weet dat hij “fout” is geweest maar dit is niet het geval! Het feit dat hij mogelijk “kruiperig” doet wanneer u thuiskomt is een uiting van onzekerheid.
Dat komt door Uw lichaamshouding en mimiek. De hond ziet heel erg snel of je “blij” bent of er de “pest” over in hebt. Krijgt de hond wel straf dan is het de hond niet duidelijk waarvoor deze gestraft is!
Bedenk bovendien dat een hond die lijdt aan verlatingsangst niet vernielt of onzindelijk is om u te pesten, maar dat het uitingen van een mate van stress kan zijn.
Opvoeding
Rust, Regelmaat en Reinheid. Drie woordjes waar alles om draait!
Een hond opvoeden is niet anders dan een kind opvoeden. Het enige verschil is dat een kind leert dezelfde taal te spreken en zo verbaal iets duidelijk kan maken.
Volwassenen kunnen heel tegenstrijdig zijn in hun bewoording ten opzichte van hun lichaamstaal. Een hond kijkt voor het overgrote deel naar de lichaamstaal.
Daarbij moet u zich bedenken dat hij elke gezichtsverandering kan waarnemen.
Als de hond na een avond alleen te zijn geweest de tafelpoot aangevreten heeft en u komt binnen en ziet in één oogopslag de schade dan kan de hond reageren op uw gezichtsuitdrukking door een lage houding aan te nemen,
de oren naar achteren te trekken en de staart tussen de poten te doen. “Deze weet dat hij fout is!” wordt dan vaak gezegd.
Nee, hij weet helemaal niet dat hij fout is, hij ziet alleen uw gezicht dat niet erg vrolijk staat en hij doet zijn best om uw gezicht weer in een normale plooi te krijgen.
Met deze theorie in ons achterhoofd kunnen we de pup opvoeden waarbij we uitgaan van de leerprincipes van een hond.
Een belangrijk hulpmiddel bij dat opvoeden is een bench, wat je niet aanleert hoef je niet af te leren! Zo kan een situatie als hierboven ook altijd voorkomen worden.
Als u even geen tijd hebt voor de pup, doe hem dan in de bench. Zo voorkomt u dat hij “rottigheid” uit haalt.
Als u staat te koken, doe de pup dan in de bench. Zo voorkomt u dat hij succes heeft als er per ongeluk eens iets van het aanrecht valt.
Als u gaat eten, doe de pup dan in de bench. Zo voorkomt u dat hij leert bedelen en succes heeft mocht er eens iets van tafel vallen.
Ook de eindtijd van het spelen bepaald u zelf. Een pup heeft te neiging om te spelen tot deze er bij wijze van spreken bij neer valt.
Als u vind dat de pup lang genoeg gespeeld heeft doe deze dan in de bench. De pup kan dan gaan protesteren, maar als je vol houdt zal je zien dat de pup gaat slapen.
Zorg dat de bench een fijne plek wordt. Leg er af en toe zomaar wat lekkers in zonder dat de pup gezien heeft dat u dat doet. In de bench ruikt hij het lekkers en gaat er naar op zoek.
De pup zal vaker uit zichzelf de bench in gaan om te kijken of er misschien nog wat te smikkelen valt. Doe niet altijd de deur van de bench dicht.
Trainen / spelen
Een hond leert van successen. De hersenen stoppen met leren op het moment dat er (te) veel gestraft wordt. Het is dus belangrijk de hond zodanig te trainen dat hij geen fouten kan maken en alleen maar succes heeft.
U moet dus voor u gaat oefenen bedenken waar de valkuilen zitten en deze tevoren elimineren.
Het is het handigst om kort voor een maaltijd enkele oefeningen te doen. Keep It Short en Simpel. De pup heeft trek in eten en verdient het als hij de oefening goed uitvoert.
GOED = GOED! Maak niet de fout een oefening die correct uitgevoerd is nog eens te herhalen, het kan alleen maar slechter.
Een van de dingen die ik belangrijk vind is dat de pup geen succes heeft op ongedurig gedrag maar dat rustig wachten hem meer oplevert.
Als hij met de pootjes tegen het deurtje van de bench duwt omdat hij er uit wil dan gaat het deurtje dus niet open!
Wacht tot de pup uit zichzelf gaat zitten en open dan het deurtje. Meestal snapt deze binnen enkele keren wat de bedoeling is.
Dit geldt ook voor de achterklep van de auto. Die gaat pas open als alle honden rustig blijven en wachten op mijn goedkeuring om er uit te komen.
Het volgen aan de lijn. Een heel belangrijke opdracht die als pup al goed aangeleerd moet worden!
Veel mensen vinden het niet nodig om de hond al vroeg het volgen bij te brengen. Beter gezegd het niet trekken aan de lijn. “Hij is nog zo klein, dat komt nog wel” is een veel gehoord excuus.
Bedenk wel dat alles wat je er nu in stopt er later weer uit komt! Ik leer een pup van begin af aan dat deze zoveel mogelijk netjes naast me dient te lopen, zowel aan de lijn als los wanneer ik dat verlang.
Het aanleren is eigenlijk heel simpel maar vergt geduld. U hebt een tasje snoepjes om uw middel (dat werkt bij het opvoeden / trainen nou eenmaal het best) en houdt met uw linkerhand een snoepje voor de neus van de pup als uw pup links loopt.
In de rechterhand houdt u de lijn vast die in een lus dient te hangen. Als de pup rechts loopt dan wisselt de houding. U beloont de pup met lieve woordjes als hij netjes mee loopt en ja, u loopt een paar weekjes voor joker buiten.
U geeft duidelijk het commando “volg” en herhaalt dat steeds. Maak de volgsessie niet te lang. Ga voor succes.
Eerder al genoemd maar: Keep It Short en Simpel. Probeer het, al is het in het begin maar 5 meter. Liever een aantal keren per dag een minuutje dan ineens tien minuten.
Betaal de pup regelmatig uit voor zijn prestatie tijdens het volgen. De snoepjes moeten dus heel klein zijn.
Zitten:
Zitten is super makkelijk aan te leren. Neem een snoepje/beloning. Zorg dat de pup voor je staat. Hou het snoepje voor de neus van de pup en beweeg dit over het hoofd richting de staart van de pup.
Zeg meteen het commando “zit”. Doordat de pup de beloning volgt zit deze meteen op zijn of haar achterwerk.
Liggen:
Dit gaat vaak iets lastiger als zitten maar het heeft hetzelfde principe. Neem een snoepje/beloning. Zorg dat de pup voor je staat. Hou het snoepje voor de neus van de pup en beweeg dit tussen de voorpoten onder de buik van de hond.
Met een beetje oefenen zal je zien dat de pup al gaat liggen.
Voor diegene die de pup wil leren apporteren
Een pup apporteert van nature. Hij komt al spelend met allerlei speeltjes in zijn bek naar u toe lopen. Het enige wat u hoeft te doen is hem belonen door met hem te gaan spelen.
Win af en toe zelf het spelletje maar laat de pup ook eens winnen. Nooit winnen is niet meer met u spelen!
Tijdens dit spelen zeg ik regelmatig ‘vast’ terwijl de pup het speeltje vasthoudt en beloon ik hem door deze rustig te aaien. Ondertussen duw ik de pup op de kont zodat deze dan zit.
Soms geef ik het commando ‘los’ waarna ik met mijn pink achter de hoektanden van de pup tegen het verhemelte duw om de bek te openen en het speeltje zo te bemachtigen.
Na ‘los’ geef ik het speeltje met een commando ‘vast’ weer terug aan de pup en stop op onvoorspelbare momenten het spel. Dit spelletje spelen we enige malen per dag.
Af en toe daag ik de pup zelf uit met een speeltje. Hiervoor gebruik ik het liefst een wollige vachtroller (verfroller). Kijk bij het gebruik van een flosstouwtje uit dat je niet te hard trekt i.v.m. de tanden van de pup.
In een later stadium zet ik de hond voor mij neer en geef met een ‘vast’ commando het speeltje in zijn bek. Als hij de bek niet opent dan help ik door voorzichtig met mijn pink vanaf de zijkant van de bek deze te openen en rol het vachtrolletje er in.
Terwijl ik dat doe zeg ik wederom regelmatig ‘vast’ en aai de pup rustig langs zijn kop en vertel deze rustig hoe braaf hij of zij is. Ook dit herhaal ik meerdere keren per dag.
Als de pup dit een beetje door heeft begin ik met het apporteren. Daartoe lijn ik de pup aan en zorg dat er geen afleiding is. Ik laat de pup naast me zitten en gooi een klein verfrolletje of puppydummy een klein stukje van ons af.
Op enthousiaste manier zeg ik ’toe maar’! en ren met de pup samen naar het apport. De pup pakt meestal het apport wel op en loop ik achterwaarts terug naar de plek vanwaar ik gegooid heb en haal de pup middels de lijn naar me toe terwijl ik hem uitbundig prijs voor deze prestatie.
Ook dit herhalen we enige malen per dag op een vaste plaats. Als de pup uit zichzelf naar me toe komt dan probeer ik de oefening zonder lijn. Als dat goed gaat verplaatsen we ons naar een andere ruimte of naar de tuin en beginnen eerst weer aangelijnd.
Als de pup ook zonder lijn het apport bij me brengt wordt ’toe maar’ vervangen door ‘apport’. In eerste instantie nog met ’toe maar’ er achteraan maar dat kan op een gegeven moment weggelaten worden. Langzamerhand breiden we ons oefenterrein uit naar plekken met afleiding.
Zo kan ik nog uren door gaan, maar jullie ondervinden zelf wel wat je wil en kan. Voor vragen staan wij altijd beschikbaar.
Heel veel plezier met jullie pup en hopelijk veel geduld.
Hans & Monique
Kennel van de Pauwenkamp
